Alles over vaccinaties

Inleiding

Katten worden als zeer gewaardeerde huisgenoten gezien. Geen wonder dus dat het aantal katten de laatste tientallen jaren sterk is toegenomen en dat aan voeding en verzorging veel tijd, aandacht en energie wordt besteed.
Ook de fabrikanten van diergeneesmiddelen besteden veel tijd en energie aan de ontwikkeling van steeds betere diergeneesmiddelen voor katten.
Toch zijn er nog steeds ziekten waartegen geen goede medicijnen bestaan en die dus niet of niet goed behandeld kunnen worden. Gelukkig is het mogelijk katten tegen de meest gevaarlijke en besmettelijke van deze ziekten te laten vaccineren.
Deze brochure geeft u informatie over de achtergronden van vaccinaties bij katten.

Vaccineren

Wat er na een vaccinatie gebeurt, vertoont overeenkomsten met wat er na het doormaken van de ziekte gebeurt.
Een voorbeeld: als een kat kattenziekte doormaakt en daarvan herstelt, zal het dier gedurende een bepaalde periode beschermd zijn tegen kattenziekte.
Dit wordt veroorzaakt doordat de kat afweerstoffen (immuniteit) tegen kattenziekte heeft opgebouwd. Deze afweerstoffen maken het kattenziektevirus bij een volgende besmetting onwerkzaam, waardoor de kat gezond blijft. Helaas gaat het doormaken van een natuurlijke infectie meestal gepaard met ernstige ziekteverschijnselen.
Als een kat gevaccineerd wordt, zal het afweerapparaat van het dier daarop reageren door afweerstoffen te maken tegen de ziekte waartegen gevaccineerd is, zonder deze ziekteverschijnselen te vertonen. Het gevold is dat de kat gedurende een bepaalde periode is beschermd.

Wanneer vaccineren?

Wanneer de eerste vaccinatie en wanneer de herhalingsvaccinatie?
Het beste tijdstip voor een vaccinatie hangt af van verschillende omstandigheden:
–       Onder bepaalde omstandigheden (cattery, pension, tentoonstelling) bestaat een grotere kans op besmetting.
–       Jonge dieren reageren anders op vaccinaties dan volwassen dieren. In het algemeen kan gestald worden dat de duur van bescherming na een vaccinatie van jonge dieren korter is dan na een vaccinatie van volwassen dieren.
–       Er bestaan verschillen tussen ziekten. Tegen kattenziekte en rabiës ontstaat een betere en langdurigere bescherming dan tegen niesziekte.
–       Er bestaan verschillen tussen vaccins: dode vaccins gedragen zich anders dan levende vaccins.
–       Er bestaan ook verschillen tussen de eigenschappen van de verschillende vaccins.

Dit zijn allemaal redenen waarom het niet mogelijk is één, alles omvattend vaccinatie-advies te geven. Uw dierenarts kent de situatie waarin uw huisdier verkeert maar vooral ook de eigenschappen van de vaccins waarmee wordt gewerkt. Bespreek daarom met uw dierenarts welke vaccinaties belangrijk zijn voor uw kat en op welke tijdstippen deze het beste kunnen worden gegeven.

Wat betekent dit nu voor uw kat?

Kittens

Een kitten krijgt via de moedermelk afweerstoffen (maternale immuniteit) mee.
Deze afweerstoffen zijn in het algemeen voldoende om een kitten gedurende de eerste levensweken te beschermen tegen ziekteverwekkers. De meeste kitten worden voor het eerst gevaccineerd op een leeftijd van 8 tot 12 weken.
Om een goede basisbescherming te krijgen is het noodzakelijk dat 3 tot 4 weken na de eerste vaccinatie een herhalingsvaccinatie plaatsvindt. Wanneer er een verhoogde kans bestaat dat kitten op jongere leeftijd besmet worden, kan het noodzakelijk zijn om kittens al op een leeftijd van 6 weken voor het eerst te laten vaccineren. Dit zal vooral het geval zijn wanneer katten in groepen worden gehouden of regelmatig in contact komen met andere katten.
De eerste vaccinatie vormt tevens een uitstekende gelegenheid om met uw dierenarts een aantal zaken door te spreken, zoals ontworming, vlooienbestrijding, voeding en uiteraard vaccinaties.
Meestal wordt bij de eerste vaccinatie meteen een dierenpaspoort ingevuld, dat u bij de volgende bezoeken aan de dierenarts steeds mee moet nemen. Bij aankoop van een kat is het verstandig om naar het dierenpaspoort of vaccinatiebewijs te vragen en te informeren wanneer de eerste herhalingsvaccinatie dient plaats te vinden. Tevens kan dan informatie worden verkregen over voeding en ontworming.
Neem bij twijfel in ieder geval even contact op met uw dierenarts. Als de adviezen over vaccinatie goed zijn opgevolgd zal uw kitten, als hij/zij ongeveer 12-16 weken oud is, een dusdanige weerstand hebben opgebouwd dat herhalingsvaccinaties pas op de leeftijd van een jaar weer nodig zijn (overleg dit met uw dierenarts).

De volwassen kat

Sommige mensen denken dat volwassen katten geen herhalingsvaccinaties nodig hebben. Maar dat is wel degelijk noodzakelijk. Er zijn helaas gevallen bekend van oudere, niet of niet goed gevaccineerde katten die aan kattenziekte zijn gestorven of ernstig van niesziekte te lijden hebben gehad.
Herhalingsvaccinaties zijn dus wel degelijk van belang om de bescherming op een hoog peil te houden. Volwassen katten die niet eerder zijn gevaccineerd, worden net als kittens tweemaal gevaccineerd met 3 weken tussentijd. Dit is noodzakelijk om een goede basisbescherming te krijgen. Wanneer de herhalingsvaccinaties het beste kunnen plaatsvinden hangt af van de besmettingskans die een kat loopt en van de ziekte waartegen gevaccineerd wordt.

Ziekten waartegen gevaccineerd kan worden

Kattenziekte

Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke ziekte die met name voor problemen zorgt bij jong katten. Het virus vermeerdert zich vooral in de snel delende cellen van het beenmerg en de darmen.

Verschijnselen

Verminderde afweer (het beenmerg speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van witte bloedcellen) en afwijkingen van het darmkanaal vormen de belangrijkste verschijnselen. De ernst hiervan hangt af van de leeftijd van het dier (een jonger dier krijgt vaak ernstigere verschijnselen) en van de weerstand tegen kattenziekte op het moment van de besmetting.  Het meest opvallend zijn de verschijnselen van het maagdarmkanaal: ernstige buikpijn, braken, diarree en uitdroging. Uiteraard hebben de dieren koorts en maken ze een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld van de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren.
Bij dieren die de besmetting overleven kan nog gedurende enkele weken tot maanden diarree aanwezig zijn. Infecties bij drachtige dieren kunnen leiden tot de geboorte van afwijkende kittens (afwijkingen in hersenen, vreemde manier van lopen). Kattenziekte-virus kan jarenlang in de omgeving van de katten besmettelijk blijven en ius alleen met bepaalde ontsmettingsmiddelen te doden.

Vaccinatie

Na vaccinatie tegen kattenziekte ontstaat een goede en langdurige bescherming. Door poezen goed te vaccineren en ervoor te zorgen dat kittens meteen na de geboorte voldoende moedermelk op kunnen nemen, krijgen de kittens een uitstekende bescherming van de moeder mee.  Vaccinatie van de moeder vóór het dekken zorgt ervoor dat de moeder aan de kittens via de melk een goede weerstand meegeeft (vaccineren tijdens de dracht met levende vaccins wordt ernstig ontraden). Een tweevoudige vaccinatie van de kittens, waarbij de tweede vaccinatie niet voor de leeftijd van 12 weken plaatsvindt, is in de meeste gevallen voldoende. Hierbij is het belangrijk dat het interval tussen de twee vaccinaties niet meer dan vier weken bedraagt. Hierna vindt de volgende vaccinatie plaats als de kat ongeveer 1 jaar oud is. Daarna wordt vaccinatie om de 3 jaar aanbevolen.

Niesziekte

Niesziekte is een aandoening waarbij spraken is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën spelen een rol.
Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

Verschijnselen

Bij niesziekte is, zoals de al aangeeft, sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen variëren. Zo kan de ziekte beperkt blijven tot niezen en wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing. Echter als de toestand verslechtert, krijgt de kat koorts met ernstige neus- en ooguitvloeiing en eventueel blaasjes op de tong. Vaak treden er complicaties op, zoals bronchitis en/of longontsteking.
Met medicijnen is niesziekte wel te genezen maar sommige katten kunnen er een chronische loopneus en/of ontstoken oogjes aan over houden. Ook blijven veel katten die niesziekte hebben gehad drager. Tijdens een periode van verminderde weerstand, bijvoorbeeld door stress, kan het niezen opnieuw de kop opsteken, waardoor deze kat weer andere katten in zijn omgeving kan besmetten. Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en bij bezoek aan kattententoonstellingen. Contact tussen katten, maar ook contact met besmette materialen, vormen de belangrijkste manieren van besmetting.

Verwekkers

De belangrijkste verwekkers van niesziekte zijn de virussen herpes en calici en de bacteriën Bordetella bronchiseptica en Chlamydophila. Deze verwekkers kunnen bij katten voorkomen zonder dat de kat daarvan verschijnselen hoeft te vertonen. Echter onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld stress door een verhuizing of een nieuwe kat in huis) kunnen deze katten zelf ziek worden en/of andere katten besmetten,

Preventie

Hoewel vaccinatie tegen niesziekte geen 100% bescherming geeft, is het toch aan te raden tegen deze ziekte te vaccineren. Vooral voor katten die veel met andere katten in contact komen, zoals katten die naar pensions en/of shows gaan. Katten die gevaccineerd zijn tegen niesziekte kunnen toch een milde vorm van niesziekte krijgen. De kans op bijkomende complicaties (zoals bronchitis en/of longontsteking) is dan wel aanzienlijk kleiner.

Vaccinatie

Eerder werd aangegeven dat er verschil bestaat tussen de werkzaamheid van vaccins. Waar de vaccinatie tegen kattenziekte een vrijwel complete bescherming geeft, is dat voor niesziekte veel minder het geval. Dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen. Toch zijn vaccinaties van groot belang om de kans op niesziekte zo kleine mogelijk te maken en om, als een infectie toch aanslaat, de verschijnselen zo gering mogelijk te laten zijn.
Het vaccin tegen de bacterie Bordetella brochiseptica is een neusdruppelvaccin. Dit kan al vanaf de leeftijd van 4 weken worden gegeven. Vaccins tegen de andere niesziektecomponenten worden per injectie toegediend.
Deze mogen meestal pas vanaf 8 weken leeftijd worden gegeven.

Vaccinatieschema

In de meeste gevallen wordt een eerste vaccinatie gegeven op de leeftijd van 8 tot 12 weken. Voor een goede basisbescherming moet deze vaccinatie 3 tot 4 weken later worden herhaald. Als zich op jongere leeftijd niesziekte problemen voordoen in de omgeving van uw kitten, kan uw dierenarts besluiten al vóór de leeftijd van 8 weken te vaccineren. Uiteraard moeten de vaccinaties dan herhaald worden op de manier zoals hierboven beschreven. Daarna is het raadzaam om jaarlijks, in overleg met uw dierenarts, tegen niesziekte te vaccineren.

Hondsdolheid (rabiës)

Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid. Het rabiësvirus wordt vooral via speeksel (bijten) overgebracht, waarna het via zenuwen naar de hersenen gaat.
De ziekte is zeer gevaarlijk: mens en dier gaan vrijwel zonder uitzondering dood nadat de verschijnselen zich openbaren. Ook katten zijn gevoelig voor rabiësvirus. Een kat met rabiës zal meestal wegkruipen en slechts bij uitzondering andere dieren of mensen bijten. Toch bestaat de kans dat katten besmet worden en gezien het dodelijke verloop van de ziekte is het noodzaak dat katten worden gevaccineerd als er gevaar bestaat voor besmetting met rabiës.

Vaccinatie

Tegen rabiës wordt gevaccineerd met vaccins op basis van dood rabiësvirus.
Na eenmalige vaccinatie van de leeftijd van 3 maanden ontstaat een bescherming die 3 jaar aanhoudt.
Omdat de eisen voor de verschillende landen sterk kunnen verschillen, is het verstandig ruim tevoren contact op te nemen met uw dierenarts. Voor Engeland, Noorwegen en Zweden dient u minimaal een half jaar van tevoren uw dierenarts te raadplegen.

Antwoorden op meest gestelde vragen

1. Kan een kat ziek worden van een vaccinatie?

De meeste katten zullen geen hinder ondervinden van een vaccinatie. Soms zullen katten na een vaccinatie gedurende korte tijd wat slomer zijn. Als katten echter op het moment van de vaccinatie al besmet zijn met een ziekte (in het incubatiestadium verkeren) kan het gebeuren dat zij na de vaccinatie verschijnselen vertonen van de ziekte waarmee ze besmet zijn. Als uw kat na vaccinatie echt ziek wordt, of een tijdelijke acute overgevoeligheidsreactie vertoont, is het verstandig even contact met uw dierenarts op te nemen.

2. Is de bescherming na vaccinatie 100%?

Tegen geen enkele ziekte is 100% v an de dieren te bescherming.
Immers er zullen altijd dieren zijn die een minder goede of zelfs helemaal geen weerstand na vaccinatie opbouwen., Gelukkig zijn dat er maar heel weinig.

3. a. Bestaat er verschil in weerstandopbouw na vaccinaties tegen verschillende ziekten?

Heel duidelijk. Tegen kattenziekte en rabiës is de weerstandsopbouw veel beter en langduriger dan tegen niesziekte. Bij niesziekte is bovendien sprake van meerder ziekteverwekkers (meerder calcivirussen, herpesvirus, Chlamydophila, Bordetella bronchiseptica). Bovendien zijn er ook verwekkers van niesziekte waartegen nog geen vaccins bestaan. Daar komt nog nij, dat niesziekte zich zeer oppervlakkig (op de slijmvliezen van de voorste luchtwegen) afspeelt, waardoor de weerstandsopbouw moeilijker is en de bescherming korter duurt.

3. b. Is er verschil tussen kittens en oudere katten?

Ja. Met name bij jonge kittens is sprake van een minder ontwikkeld afweersysteem, waardoor een minder goede weerstandsopbouw plaatsvindt. Teven zijn bij jonge kittens vaak nog afweerstoffen aanwezig die zij via de moedermelk hebben gekregen. Deze afweerstoffen remmen de weerstandsopbouw. Er zijn ook aanwijzingen dat heel ouder katten een minder goede weerstand opbouwen.

3. c. Zijn er nog andere oorzaken voor een minder goede weerstandsopbouw?

Voor een goede weerstandsopbouw is het nodig dat dieren op het moment van vaccinatie over een goede gezondheid beschikken. Aanwezigheid van andere ziekten, worminfecties en incomplete voeding kunnen een verminderde weerstandsopbouw tot gevolg hebben.

4.  Waarom worden kinderen tot een bepaalde leeftijd gevaccineerd en daarna niet meer, terwijl katten regelmatig gevaccineerd moeten worden?

Er bestaan verschillen bij mens en dier in de weerstandsopbouw tegen diverse ziekten die voorkomen., Bij mensen geeft de DKTP-vaccinatie een goede en langdurige bescherming maar de griepvaccinatie moet jaarlijks herhaald worden. Bij katten wordt tegen rabiës en kattenziekte een goede en langdurige weerstand opgebouwd, tegen niesziekte is de weerstand minder volledig en korter van duur.

5. Mijn buren laten hun kat nooit vaccineren en dat ook goed. Waarom zou ik mijn kat nog laten vaccineren?

Inderdaad komt het voor dat dieren die niet (regelmatig) worden gevaccineerd gezond blijven. Helaas komt het daarentegen maar al te vaak voor dat niet-gevaccineerde katten wel ziek worden. De kans dat een niet-gevaccineerde kat ziek wordt, hangt af van de kans op besmetting van de kat. Zo zal de kat die altijd in huis wordt gehouden en geen contact heeft met soortgenoten of met eigenaren van zieke katten een geringe kans op besmetting hebben.
Katten die regelmatig in contact komen met soortgenoten (met name met niet-gevaccineerde dieren die kiemen bij zich dragen) hebben een grote kans op besmetting/ In de praktijk zullen de meeste katten regelmatig met andere katten in contact komen, daarom is het verstandig katten regelmatig te laten vaccineren.

6. Wat is Bordertella bronchiseptica?

Bordetella bronchiseptica is een bacterie waarvan vroeger werd aangenomen dat zij alleen voor problemen kan zorgen bij katten die met een andere ziekte zijn besmet. Bovendien nam men aan dat Bordetella incidenteel voorkwam.
Onderzoek heeft aangetoond dat Bordetella zelfstandig het niesziektebeeld kan veroorzaken en regelmatig voor besmettingen bij katten kan zorgen.
Bij katten die in groepen worden gehouden en waar niesziekte regelmatig wordt waargenomen, bleek meer dan 50% van de katten afweerstoffen tegen Bordetella in het bloed te hebben, bij individueel gehouden katten bleek dit bij circa 30% het geval te zijn.

7. Is een vaccinatie pijnlijk voor de kat?

Uiteraard zal de prik als zodanig door de kat worden waargenomen. Echter de reactie verschilt per dier. De ene kat reageert nauwelijks, terwijl de andere kat ‘moord en brand’ schreeuwt. Onzekerheid en angst voor de vreemde omgeving zullen hierbij zeker een rol spelen. Ook de houding van de eigenaar kan van belang zijn: als u zelf al bang bent voor een prik is het verstandig om iemand met de kat naar het spreekuur te laten gaan die die angst niet heeft.

8. In advertenties staat vaak: ‘gevaccineerd en ontwormd’. Betekend dit dat de kat niet meer gevaccineerd hoeft te worden?

Nee. Dit betekend alleen dat de kat een vaccinatie heeft gehad. Afhankelijk van de leeftijd van de kat en het soort vaccin kan de gegeven vaccinatie al dan niet voldoende bescherming geven. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen is het verstandig om met het dierenpaspoort even naar uw eigen dierenarts te gaan.

9. Mijn katten komen nooit buiten. Moeten ze nu toch gevaccineerd worden?

Ja. Een kat die nooit buiten komt en nooit gevaccineerd is, heeft geen weerstand op kunnen bouwen tegen de belangrijkste besmettelijke ziekten. Als uw kat dan in contact komt met andere katten (of als u zelf of een bezoeker ziekten via handen, schoeisel of kleding overbrengt op uw katten) is hij/zij extra vatbaar. Met een vaccinatie wordt uw kat in staat gesteld een goede weerstand op te bouwen.

Overzicht Nobivac vaccins voor katten

Nobivac Ducat
Levend gevriesdroogd vaccin voor subcutane toediening.
Bevat per dosis:
>
104,8 TCID 50 herpesvirus
>
104,6 pfu calicivirus

Bestemt voor de actieve immunisatie van gezonde katten tegen niesziekte. Diergeneesmiddel UDD REG NL 10235

Nobivac Tricat Trio
Levend gevriesdroogd vaccin voor subcutane toediening.
Bevat per dosis:
>
105,2 pfu herpesvirus
>
104,6 pfu calicivirus
>
104,3 TCID 50 kattenziektevirus

Bestemd voor de actieve immunisatie van gezonde katten tegen niesziekte en kattenziekte. Diergeneesmiddel UDD REG NL 10471

Nobivac Forcat
Levend gevriesdroogd vaccin voor subcutane toediening.
Bevat per dosis:
>
105,2 pfu herpesvirus
>
104,6 pfu calicivirus
>
104,3 TCID 50 kattenziektevirus
>
102,3 TCID 50 Chlamydophila

Bestemd voor de actieve immunisatie van gezonde katten tegen niesziekte en kattenziekte. Diergeneesmiddel UDD REG NL 09868

Nobivac Bb voor katten
Levend gevriesdroogd vaccin voor intranasale toediening.
Bevat per dosis:
>
106,3 CFU Bordetella bronchiseptica

Bestemd voor de actieve immunisatie van gezonde katten tegen Bordetella brochiseptica. Diergeneesmiddel UDD REG NL 10083

Nobivac Rabiës
Geïnactiveerd vaccin voor subcutane toediening.
Bevat per dosis:
>
2 IE rabiësvirus

Bestemd voor de actieve immunisatie van gezonde katten tegen hondsdolheid. Diergeneesmiddel UDD REG NL 01356

Wanneer moet mijn kat gevaccineerd worden?

Kitten
1e vaccinatie 8-12 weken
2e vaccinatie 12-16 weken

Volwassen kat
Niesziekte: jaarlijks vaccineren
Kattenziekte: elke 3 jaar vaccineren

Kat naar het buitenland
Nobivac Rabiës


Kat naar pension

Nobivac Bb voor katten


Vraag uw dierenarts om meer informatie.

Het jaarlijks bezoek aan uw dierenarts voor de herhalingsvaccinatie biedt de dierenarts de kans tot een controle van de algehele gezondheid van uw kat.
Hierdoor kunnen eventuele afwijkingen vroegtijdig worden waargenomen, zodat zo nodig snel een behandeling kan worden ingezet. Voor u een geruststellende gedachte en tevens de zekerheid dat uw huisgenoot door de herhalingsvaccinatie weer goed beschermt is.
Daarnaast bied de herhalingsvaccinatie u de kans zaken als gezondheid, voeding en vlooienbestrijding met de expert op dit gebied, de dierenarts, te bespreken. Het is dan ook verstandig als u op een bepaald moment een vraag hebt, deze op te schrijven en bijvoorbeeld in het dierenpaspoort te bewaren tot het volgende bezoek aan uw dierenarts.

 

 

 

 

Bronvermelding: Nobivac. Betrouwbare bescherming. Vaccinatiegids voor de katteneigenaar. Intervet Schering-Plough Animal Health.